NNCA uitwisselen

Scholen kunnen extra geld krijgen voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond (NNCA). In BRON zijn hiervoor codes beschikbaar.

NNCA, NOAT en CUMI

Basisscholen kunnen extra materiële bekostiging krijgen voor Nederlands onderwijs aan anderstaligen (NOAT). Scholen voor speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kunnen extra personele bekostiging ontvangen voor CUMI-leerlingen. CUMI staat voor Culturele Minderheden. Voor de uitwisseling met BRON moet u in beide gevallen de aanduiding NNCA gebruiken. U wisselt altijd een NNCA-code uit als u een leerling inschrijft, ook als u geen extra geld krijgt voor de leerling.

Wat moet u doen?

  1. Bepaal welke NNCA-code van toepassing is op de leerling.
  2. Wissel de juiste NNCA-code uit met BRON.
  3. Gaat het om een CUMI-leerling die staat ingeschreven op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs? Bewaar dan in uw schooladministratie een kopie van een bewijsstuk dat de ouder(s) of voogd afkomstig is uit een ander land. Zie lijst bewijsstukken.

Wie zien we als ouders?

We kijken naar het geboorteland van de personen die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse verzorging van de leerling. Dit zijn meestal de biologische of adoptiefouders, maar het kan ook gaan om voogden, grootouders of pleegouders. Ook bij co-ouderschap is het geboorteland van beide ouders van belang. Is er sprake van een eenoudergezin, kijken we alleen naar het geboorteland van deze ene ouder.

NNCA-categorieën voor het reguliere basisonderwijs

Code 1: De leerling heeft een Nederlandse culturele afkomst. Gebruik deze code ook voor ouders uit Suriname, de voormalige Nederlandse Antillen of Aruba.

Code 2: De leerling heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Gebruik deze code als:
  • de ouders aangeven dat de leerling tot de Molukse bevolkingsgroep behoort, of
  • ten minste een van de ouders is geboren in Griekenland, Italië, voormalig Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije, of
  • ten minste een van de ouders geboren is in een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië, of
  • ten minste een van de ouders als vreemdeling in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning (als bedoeld in artikel 8, onder c of d van de Vreemdelingenwet 2000).

Voldoet de leerling aan geen van de criteria voor code 2? Dan krijgt hij code 1.

NNCA-categorieën voor het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs

Code 1: De leerling heeft een Nederlandse culturele afkomst.

Code 2: De leerling heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Gebruik deze code als:
  • de ouders aangeven dat de leerling tot de Molukse bevolkingsgroep behoort, of
  • ten minste een van de ouders geboren is in Suriname, Aruba of de voormalige Nederlandse Antillen, of
  • ten minste een van de ouders is geboren in Griekenland, Italië, voormalig Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije, of
  • ten minste een van de ouders geboren is in een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië, of
  • ten minste een van de ouders als vreemdeling in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning (als bedoeld in artikel 8, onder c of d van de Vreemdelingenwet 2000).

Code 0: Deze code gebruikt u alleen als uw school voor epilepsie of uw WEC-instelling cluster 1 of 2 op basis van een arrangement extra ondersteuning verzorgt van een leerling op een andere school.

Voldoet de leerling aan geen van de criteria voor code 2 of 0? Dan krijgt hij code 1.