Reguliere bekostiging basisonderwijs

Reguliere bekostiging bestaat uit diverse onderdelen, afhankelijk van de schoolsoort.

Materiële bekostiging

Deze reguliere jaarlijkse bekostiging voor scholen en instellingen is bedoeld voor het voldoen van de materiële lasten. Dit noemen we ook wel materiële bekostiging of ‘mi-bekostiging.’

Telling 1 oktober

Met ‘mi-bekostiging’ betaalt een school of instelling alle materiële zaken in en om de school. De mi-bekostiging wordt per kalenderjaar toegekend. De materiële bekostiging is gebaseerd op het aantal bekostigde ingeschreven leerlingen in BRON op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar en die op 1 december van dat jaar definitief is vastgesteld.

Uitwisselen met BRON

Het correct uitwisselen van leerlinggegevens met BRON is noodzakelijk voor het toekennen van de materiële bekostiging. Scholen hebben tot uiterlijk 1 december de gelegenheid om correcties en bijstellingen in de registratie aan te brengen. Voor leerlingen die op die uiterste datum niet correct in BRON zijn opgenomen ontvangt de school geen bekostiging.

Overzicht vaststelling tellingen

Nadat de leerlinggegevens op 1 december definitief zijn vastgesteld, krijgt uw bestuur het Overzicht vaststelling tellingen (Ovt). Hierop staat het aantal leerlingen waarop de bekostiging wordt gebaseerd.

Groeibekostiging mi

Elke basisschool kan recht hebben op groeibekostiging materiële instandhouding (mi). Groeibekostiging mi in het basisonderwijs wordt berekend op schoolniveau.

  • Voor de berekening van groei vergelijkt DUO het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorgaande jaar, verhoogd met 3%, met het aantal leerlingen op 1 maart daaropvolgend. 
  • Als op 1 maart het aantal leerlingen met tenminste 13 leerlingen is gegroeid ten opzichte van het verhoogde aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande jaar, herrekent DUO de mi-bekostiging voor het volledige kalenderjaar.

De school moet de leerlingen tijdig en correct registreren in BRON. De school heeft hiervoor 4 weken vanaf 1 maart de tijd. Hierna stelt DUO vast of er sprake is van groeibekostiging.

Jaarstukken

De materiële bekostiging is niet geoormerkt. Het bedrag kunnen de scholen en instellingen naar eigen inzicht besteden, binnen de doeleinden van het onderwijs. De rijksbijdragen en de besteding van die gelden neemt de school of instelling altijd op in haar jaarrekening. De instellingsaccountant controleert of het geld voor onderwijsdoeleinden is gebruikt.

Programma's van eisen

De onderbouwing van de mi-bekostiging staat in 3 programma’s van eisen (pve’s):
  • Groepsafhankelijk pve.
    Het groepsafhankelijke pve bestaat uit een bedrag per school afhankelijk van het aantal te huisvesten groepen leerlingen.
  • Leerlingafhankelijk pve.
    Het leerlingafhankelijke pve bestaat uit een vast bedrag per school maal het aantal leerlingen.
  • Aanvullend pve.
    Het aanvullende pve is een vergoeding voor Nederlands Onderwijs aan Anders Taligen (NOAT) dat bestaat uit een bedrag per school plus het aantal NOAT-leerlingen maal een bedrag per leerling.

In de pve’s staat op welke uitgaven van een gemiddelde school de mi-bekostiging is gebaseerd. Onder het groepsafhankelijke pve vallen het onderhoud van het gebouw, energie, waterverbruik en publiekrechtelijke heffingen, behalve de onroerende zaakbelasting.

Kijk voor de programma’s van eisen 2019 in de regeling en de bijlagen, Regeling vaststelling bedragen programma’s van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2019, Staatscourant van 10 oktober 2018 nr. 56487.